NL - 4% Rule

Een kritische blik op de 4%-regel

Veel mensen beleggen om hun pensioen aan te vullen, of eerder te stoppen met werken. Daarbij maken ze vaak gebruik van de bekende 4%–regel. Toon Cuypers, financiële coach bij FIREBelgium.com, onderwerpt deze vuistregel aan een kritische blik. “De standaard 4%-regel is te beperkt en kan zowel naar boven als beneden bijgesteld worden.”

(dit artikel verscheen eerst in het VFB Magazine)

Financiële planning wordt vaak onderschat, maar het is een zeer belangrijk onderdeel van beleggen. Alvorens te starten met beleggen, is het een goed idee om jezelf de volgende vragen te stellen:
  • Waarom wil je investeren?
  • Wat zijn je financiële doelen?
  • Wat is jouw investeringshorizon, met andere woorden: wanneer wil je de financiële doelen bereiken?
  • En welk bedrag plak je op elk financieel doel?
Het pensioensysteem in België staat onder druk, veel Belgen vragen zich af of het huidige pensioensysteem op de lange termijn nog wel houdbaar is. Zullen we op lange termijn nog wel een pensioen hebben, en indien dit het geval is, zal het pensioenbedrag nog hetzelfde zijn als vandaag?
Wij ondersteunen onze klanten bij FIRE Belgium onder andere met financiële planning, en ik krijg regelmatig de vraag: hoeveel moet ik beleggen voor mijn pensioen?

Deze vraag probeer ik in dit artikel te beantwoorden.

Vaak wordt de focus gelegd op het opbouwen van vermogen (de accumulatiefase), maar het is minstens even belangrijk om je af te vragen wat je later met het opgebouwde vermogen gaat doen, in de onttrekkingsfase.

Er zijn verschillende manieren om gelden te onttrekken uit je vermogen, en één van de hulpmiddelen is de 4%- regel.

De 4% vuistregel

William Bengen onderzocht in 1994 welk percentage je jaarlijks uit een beleggingsportefeuille kan onttrekken, gebaseerd op Amerikaanse data voor aandelen en middellange termijn overheids obligaties. Hij kwam in zijn onderzoek tot de volgende conclusies:

  • Je kan 4% van de waarde van de portefeuille in het eerste jaar onttrekken, dit bedrag elk jaar verhogen met de inflatie, zonder de portefeuille uit te putten na 30 jaar.
  • Hij raadt aan om 75% aandelen op te nemen in de portefeuille en zeker niet minder dan 50% aandelen. Aandelen zorgen namelijk voor het grootste deel van het rendement.

Drie professoren van de Trinity universiteit (Cooley, Hubbard en Walz) publiceerden in 1998 een ander onderzoek: de Trinity studie. Zij berekenen een kans op succes voor verschillende onttrekkingspercentages (zie  figuur 1), alsook voor verschillende vermogensallocaties en verschillende onttrekkingsperiodes.

Zij kwamen tot de conclusie dat voor een periode van 30 jaar, een 4% onttrekkingspercentage werkte in 95% van de historische periodes met een portefeuille van 50% aandelen. Dus in 5% van de periodes werkte deze niet en was de portefeuille uitgeput, vooraleer de 30 jaar verstreken was. Op basis van 75% aandelen werkte dit in 98% van de 30 jarige historische periodes. Een portefeuille van 100% aandelen gaf ook maar 95% kans op succes op 30 jaar, méér aandelen is dus niet altijd beter. In de Trinity studie werden bedrijfsobligaties in plaats van overheidsobligaties gebruikt, daarom wijken de resultaten van deze studie licht af ten op zichte van de studie van Bengen.

critical-look-at-the-4-rule-fire-belgium-01

Een praktisch voorbeeld

Laten we kijken naar een kort voorbeeld, om deze vuistregel concreter te maken. Je wil jaarlijks geld onttrekken uit een beleggingsportefeuille van 500.000 euro. In het eerste jaar neem je 4% op uit deze portefeuille, dit is 20.000 euro.

In het tweede jaar verhoog je deze 20.000 euro met de inflatie, bijvoorbeeld 3% inflatie, en kan je dat jaar 20.600 euro onttrekken uit de beleggingsportefeuille (20.000 x 1,03). Het jaar nadien is de inflatie gedaald naar 2% en kan je 21.012 euro onttrekken (20.600 x 1,02), enzovoort.

Financiële planning is persoonlijk en dit geldt ook voor deze vuistregel.  Elke belegger heeft een andere portefeuille, investeringshorizon, andere maandelijkse uitgaven en wil al dan niet kapitaal nalaten voor de volgende generatie. Het is aan te raden om deze vuistregel bij te sturen en dus niet blindelings te volgen.

Internationale portefeuille

De 4%-regel is gebaseerd op rendementen van Amerikaanse aandelen en obligaties. Ik ben zelf een voorstander om breder te spreiden, dus niet enkele Amerikaanse aandelen en obligaties, maar wel een wereldwijde gespreide portefeuille. 

Wade Pfau heeft een simulatie gemaakt met aandelen en obligaties van verschillende landen, gebaseerd op de SAFEMAX. Dat is een manier om veilige onttrekkingspercentages te berekenen: voor elke 30-jarige periode in de dataset wordt een onttrekkingspercentage berekend (te gebruiken in het eerste jaar), en de SAFEMAX is het laagste onttrekkingspercentage van de volledige dataset.  Door het laagste onttrekkingspercentage te nemen ben je 100% zeker dat dit percentage ook in de andere periodes succesvol is. Wade Pfau kwam tot de volgende conclusies:

  • Met een wereldwijd gespreide index is de SAFEMAX 3,5%, dit is licht lager dan de SAFEMAX van 3,9% voor Amerikaanse aandelen en obligaties.
  • Mocht je een portefeuille gebruiken met enkel Belgische aandelen en obligaties dan is de SAFEMAX slechts 1,5%.

 

Het is dus aan te raden om de 4%-regel met een wereldwijd gespreide portefeuille (licht) naar beneden bij te stellen.

Prestaties beleggers

Het onderzoek waarop de 4%-regel gebaseerd is gaat uit van indexrendementen, en geen beleggersrendementen. Jaarlijkse onderzoeken van Morningstar (Active/Passive Barometer) en SPIVA (Scorecards) tonen aan dat het zeer moeilijk is om de index op de lange termijn te kloppen. Wade Pfau heeft een simulatie gemaakt om de impact te berekenen van een jaarlijkse onderprestatie van 1 procentpunt ten opzichte van de index.

Hij komt tot de conclusie dat een jaarlijkse onderprestatie van 1 procentpunt een impact heeft van 0,47 procentpunt op de SAFEMAX. Het onttrekkingspercentage daalt van 4,03% voor de pure index naar 3,56% op basis van een 1 procentpunt jaarlijkse onderprestatie. De gemiddelde delta (het verschil tussen het onttrekkingspercentage van de pure index en het onttrekkingspercentage gebaseerd op 1 procentpunt onderprestatie) is 0,65 procentpunt.

Er is dus geen 1-op-1 relatie tussen een 1 procentpunt jaarlijkse onderpresentatie en de SAFEMAX. Maar sowieso zijn de onttrekkingspercentages lager bij onderprestatie ten opzichte van de index. 

Belangrijke opmerking: (passieve) indexbeleggers dienen het opnamepercentage niet (of minder) bij te stellen aangezien deze quasi hetzelfde rendement behalen als de index.

Kapitaal nalaten of niet?

William Bengen en de 3 professoren van de Trinity studie gingen ervan uit dat het kapitaal mocht opgemaakt worden. Maar wat als je kapitaal wenst na te laten, bijvoorbeeld voor de volgende generatie? Wade Pfau heeft dit onderzocht voor 3 scenario’s, met de volgende conclusies:

  1. Kapitaal volledig opmaken: SAFEMAX van 4,03%.
  2. Nominaal startbedrag overhouden: SAFEMAX van 3,77%.
  3. Nominaal startbedrag met behoud koopkracht: SAFEMAX van 2,72%.

Indien je kapitaal wil nalaten stel je best de 4% vuistregel naar beneden bij.

Variërende uitgaven

In de initiële studies van de 4% vuistregel gingen de onderzoekers ervan uit dat een gepensioneerde elk jaar dezelfde uitgaven heeft, maar dat is meestal niet zo. Michael Stein en David Blanchett hebben (apart) onderzoek gedaan naar het uitgavenprofiel van de Amerikaanse gepensioneerden met vrijwel dezelfde resultaten.

David Blanchett illustreert dit met de “Retirement Smile” (zie figuur 2). 

critical-look-at-the-4-rule-fire-belgium-02

Figuur 2

Aan het begin van de pensionering, van 65-75 jaar, zijn de uitgaven het hoogst. Er is tijd, en meestal een goede gezondheid voor ontspanning zoals reizen en restaurants. Vanaf 75-jarige leeftijd kan de gezondheid al eens tegenzitten en dalen deze uitgaven, en later vanaf 85-jarige leeftijd stijgen de uitgaven opnieuw, bijvoobeeld voor hogere medische kosten. Dit is geen exacte wetenschap, maar het geeft je een idee van wijzigende uitgaven.

Wade Pfau heeft ook dit onderzocht en stelt vast dat de SAFEMAX mag verhoogd worden van 4,03% voor vaste uitgaven, naar 4,73% voor variërende uitgaven gebaseerd op de Retirement Smile.

Planningshorizon

De doelgroep waarvoor William Bengen en de 3 professoren hun studies ontwikkeld hebben waren 65-jarige gepensioneerden, daarom gebruikten ze een 30-jarige horizon als basis.  Voor de Belgische (vroeg)gepensioneerde kan deze onttrekkingshorizon korter, of langer zijn dan 30 jaar.

Op basis van de levensverwachting kunnen we inschatten hoe lang je kan onttrekken uit de portefeuille. 

De meest recente cijfers van Statbel tonen aan dat 36% van de vrouwen en 22,5% van de mannen 90 jaar wordt. 14% van de vrouwen wordt zelfs 95 jaar (en 7% van de mannen). Start je op 65 jarige leeftijd met gelden te onttrekken, dan kan je bijvoorbeeld een onttrekkingshorizon van 30 jaar nemen, alhoewel er toch nog een kans is dat je ouder wordt. Wade Pfau heeft ook hier onderzoek gedaan om deze vraag te beantwoorden (zie figuur 3).

critical-look-at-the-4-rule-fire-belgium-03

Figuur 3

Voor periodes korter dan 30 jaar kan je het initiële onttrekkingspercentage verhogen: 8% voor 10 jaar, 6% voor 15 jaar en 5% voor 20 jaar. Voor langere periodes stel je het percentage best naar beneden bij, zoals 3,7% voor een periode van 40 jaar.

Conclusie

De standaard 4% vuistregel is te beperkt en kan zowel naar boven als beneden bijgesteld worden. Er zijn verschillende factoren voor deze bijstelling, dit zijn de belangrijkste: een internationale spreiding van de portefeuille, het rendement tov. de index, al dan niet kapitaal nalaten, vaste of variabele uitgaven en de planningshorizon.

Ik kom nog even terug op de vraag: “Hoeveel moet ik beleggen voor mijn pensioen?” Het antwoord hangt af van het bedrag dat je in het eerste jaar wenst te onttrekken (bedrag jaalijks te verhogen met inflatie) en het gekozen onttrekkingspercentage:

  • 3%  →  bedrag x 33.3
  • 3.5%  → bedrag x 28.5
  • 4%  → bedrag x 25
  • 5%  → bedrag x 20

Opmerking: de analyses van Wade Pfau in dit artikel zijn gebaseerd op een portefeuille van 50% aandelen en 50% obligaties, voor een periode van 30 jaar.

 

 

Als je hierover wilt praten met Toon, neem dan gerust contact met hem op via LinkedIn of boek een individueel gesprek (geen financieel advies).

Ready to calculate your Financial Independence Date?

To make it easier for you to estimate your time to financial independence, using the principles discussed in this article, we’ve developed the  free Financial Independence Calculator (including inflation and new Belgian Capital Gain Tax).

With this tool, you can estimate how long you need to reach financial independence and how large your portfolio needs to be. It includes the effects of inflation and investment costs which play an important role in determining your FI date.

Want to become an Index Investor?

If you are looking to reach financial independence and want to learn more about Index Investing and how to make your money work for you on autopilot, start with our free on-demand workshop:  
How to build wealth on autopilot: evidence-based investing, optimized for Belgian taxes